3 Economie, Wet- en Regelgeving
Deze 3-delige serie stelt economische en juridische thema's aan de orde op nationaal, sector en op privé niveau.
Algemeen | De 19 modulen | Prijzen | Errata | Herzieningen
De auteur

Jaap Vlaming is ruim 25 jaar als docent Economie en Recht werkzaam geweest in het middelbaar en hoger agrarisch onderwijs in Nederland. Gedurende deze periode heeft hij 15 jaar lang landelijke bijscholingsdagen voor docenten Economie georganiseerd en verzorgd.
Hij is al jarenlang betrokken bij het ontwikkelen van leermiddelen voor het agrarisch onderwijs, zowel in samenwerking met anderen als individueel.
Jaap is als boerenzoon geboren op Texel en is na het behalen van zijn vwo-diploma gaan studeren aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Voor zijn studie heeft hij in de rijstpolders van Nickerie (Suriname) onderzoek gedaan naar renovatie van die rijstpolders en de rentabiliteit van de benodigde investeringen.
Hij is afgestudeerd in de vakken Algemene agrarische economie, Staathuishoudkunde en Ontwikkelingseconomie.
De methode Economie, Wet- en Regelgeving bestaat uit 19 modulen, verdeeld over:
Economie A
In de modules van Economie A ontdekken studenten wat inkomen is en hoe het ontstaat. Maar ook ze met hun inkomen moeten rondkomen. En wat te doen als dat niet lukt. Ze leren daarnaast welke rechten en plichten horen bij werken, stages en contracten.
Bij thema's rond personen- en familierecht krijgen studenten inzicht in dagelijkse juridische situaties, zoals famliegraden, vererving, samenwonen, scheiden of voogdij. In de lessen over ruimtelijke ordening en milieu zien ze hoe regels bepalen wat er in hun leefomgeving mag worden gebouwd of beschermd.
Studenten leren ook wat overeenkomsten betekenen: van een koopcontract tot een abonnement en de gevolgen als afspraken niet worden nagekomen. Tot slot ontdekken studenten wat er komt kijken bij zzp'er worden, zodat ze een realistisch beeld krijgen van ondernemerschap.
Economie B
De 7 modulen van deze serie nemen studenten mee in de economische wereld die zij later zelf gaan betreden. Ze laten zien hoe markten en mededinging bepalen hoe bedrijven met elkaar concurreren en waarom prijzen veranderen. Studenten ontdekken hoe infrastructuur, sectoren en bedrijfstakken samen een economie draaiend houden.
In de module Ondernemingsvormen leren studenten waarom een bedrijf kiest voor een eenmanszaak, maatschap, vof of een bv, en welke verantwoordelijkheden daarbij horen. Bij belastingen en heffingen zien ze de overheid inkomsten genereert en waaraan het wordt uitgegeven. Maar ook en vooral hoe de inkomstenbelasting en de BTW in elkaar zitten.
De student leert hoe internationale handel kansen biedt maar ook afhankelijkheden creëert. Hoe invoerheffingen en dumping de export en import kunnen beïnvloede. De betalingsbalans en de lopende rekening van de betalingsbalans komt uitgebreid aan de orde.
Studenten leren daarnaast hoe organisaties risico's beheersbaar maken, van verzekeringen tot spreiding.
Tot slot wordt dit alles in historisch perspectief geplaatst door de financiële crisis en eurocrisis te bespreken, zodat studenten begrijpen hoe kwetsbaar én veerkrachtig een economie kan zijn.
Doorstromen economie
Studenten ontdekken hoe consumentengedrag bepaalt wat er verkocht wordt en hoe bedrijven daarop inspelen met prijzen, marketing en productkeuzes. Bij producentengedrag leren ze hoe op basis van een productiefunctie en prijzen de marginale kosten berekend worden om vervolgens met de marginale kosten en marginale opbrengsten de productieomvang te bepalen die een maximaal resultaat oplevert.
In de modules over economische orde en economische politiek zien studenten hoe de overheid de economie stuurt, bijvoorbeeld via regels, rente of begrotingskeuzes. Dat sluit aan bij de collectieve sector, waar duidelijk wordt welke taken de overheid uitvoert en hoe die worden betaald.
In de module over de welvaartsverdeling in Nederland wordt ingegaan op de vraag waarom inkomens verschillen, hoe herverdeling werkt en welke maatschappelijke keuzes daarbij horen. Tot slot plaatsen ze dit alles in een bredere context met economische internationalisering, waarin studenten zien hoe landen, bedrijven en consumenten wereldwijd met elkaar verbonden zijn.


